Flessinghe: naam en stadsrechten
Over de herkomst van de naam Vlissingen bestaan verschillende verhalen, en in alle speelt een fles de hoofdrol; die fles staat nog altijd in het stadswapen.
- De fles van Willibrord: volgens een legende kwam Willibrord in de 7e eeuw met een fles naar Vlissingen, waarvan de inhoud wonderbaarlijk niet opraakte; hij noemde de plaats Flessinghe.
- Het veer aan de flesse (967): volgens een andere bron hing er aan een oud veerhuis een fles, en noemde de monnik Jacob van Dreischor het in 967 het veer aan de flesse.
- Stadsrechten (1315): in 1315 kreeg Vlissingen stadsrechten.
Het hofje van Cornelia Quack (1643): in 1643 werd in de binnenstad het hofje gebouwd dat nu Zeemanserve heet, oorspronkelijk Cornelia Quack's Hofje, naar de Haagse weduwe die het financierde.
Opstand, Engelsen en zeehelden
Door haar ligging aan de Scheldemonding speelde Vlissingen een sleutelrol in oorlogen en op zee.
Fort Rammekens (1547): ten oosten van de stad werd in 1547 Fort Rammekens gebouwd, op de plek waar eerder het middeleeuwse kasteel Zeeburg stond.- Zelf bevrijd (1572): op 6 april 1572 bevrijdde Vlissingen zich als tweede stad, na Den Briel, van de Spanjaarden, en anders dan Den Briel deden de inwoners dat zelf.
- Engels onderpand (1585): in 1585 kwam Vlissingen met Fort Rammekens in handen van koningin Elizabeth, als onderpand voor Engelse hulp tegen Spanje; in 1616 kwam de stad terug bij de Republiek.
- Michiel de Ruyter (1607): op 24 maart 1607 werd in Vlissingen Michiel de Ruyter geboren, de beroemdste zeeheld van Nederland; zijn standbeeld kijkt vanaf de boulevard uit over de Westerschelde.
- De Gevangentoren: de Gevangentoren op de boulevard is een overblijfsel van de 16e-eeuwse Westpoort.
De Franse tijd: onder Napoleon hoorde Vlissingen een tijd bij Frankrijk; uit 1811 stammen de Kazematten in het Keizersbolwerk, onderdeel van de vestingwerken uit 1548.
Scheepsbouw en De Schelde
Scheepsbouw heeft eeuwenlang het stadsbeeld van Vlissingen bepaald.
- De Admiraliteit: in Vlissingen lag een van de werven van de Admiraliteit van Zeeland.
- Marine Etablissement (1814): in 1814 vestigde de Koninklijke Marine hier een werf voor de bouw en reparatie van marineschepen, die in 1868 sloot.
- De Schelde (1875): op 8 oktober 1875 werd op het werfterrein de Koninklijke Maatschappij De Schelde opgericht, waarvoor ingenieur Bruno Tideman scheepsbouwer Arie Smit wist te winnen.
- Het Scheldekwartier: de werf groeide ten koste van een deel van de oude binnenstad; toen De Schelde na ruim een eeuw naar Vlissingen-Oost vertrok, ontstond hier de nieuwe wijk het Scheldekwartier.
Het verhaal van de werf: Museum Scheldewerf vertelt de geschiedenis van 125 jaar scheepsbouw, en het Museumschip Mercuur in de Dokhaven laat het leven aan boord bij de marine zien.
De badplaats aan de boulevard
Aan het eind van de 19e eeuw werkten ondernemers en bestuurders hard om van Vlissingen ook een badplaats te maken.
- Badhuis Vlissingen (1872): in 1872 opende onder aan de duinen, op de plek van de latere Leeuwentrap, een bescheiden badpaviljoen.
- Boot, tram en trein: de stoombootdienst naar Engeland, de tram naar Middelburg en de spoorlijn brachten de eerste Engelse gasten en dagjesmensen.
- Grand Hotel Britannia (1886): in 1886 verrees op de duinen het Grand Hotel des Bains, dat in 1923 in handen kwam van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland en na een verbouwing Grand Hotel Britannia ging heten.
- De Leeuwentrap (1907): vanaf 1906 stond er een muziektent en in 1907 kwam de Leeuwentrap; de stadswal werd doorgetrokken tot een boulevard van bijna twee kilometer.
- Badkoetsjes en badstoelen: op het strand bij de Boulevard Evertsen reden paarden badkoetsjes naar de waterkant, en rieten badstoelen stonden in lange rijen; in 1919 hoorde Vlissingen bij de vijf belangrijkste badplaatsen van Nederland.
Pier, oorlog en wederopbouw
In de jaren dertig kreeg de badplaats een nieuwe impuls, maar de Tweede Wereldoorlog sloeg diepe wonden.
- Drie pijlers: burgemeester C.A. van Woelderen wilde de economie laten rusten op toerisme, haven en industrie; er kwamen een vliegveld, grotere havens, een badstrand en een wandelpier met een paviljoen.
- Afgebroken: in de oorlog brak de Duitse bezetter de pier af om een geallieerde landing te bemoeilijken; Grand Hotel Britannia werd een Duits hoofdkwartier en ging bij de bevrijding verloren.
- Onder water (1944): in oktober 1944 kwam Vlissingen onder water te staan toen de geallieerden de dijken van Walcheren bombardeerden, om de weg naar de Schelde en de haven van Antwerpen vrij te maken.
- Uncle Beach: op de Groene Boulevard herinnert het landingsmonument bij Uncle Beach aan de bevrijding van de stad.
- Een moderne stad: na de wederopbouw groeide het toerisme sterk, en in de jaren negentig werden het centrum en de boulevards geheel vernieuwd.







