Historie
De naam Vlissingen was al in het jaar 620 bekend. Het was toen een vissersgehucht. Pas in 917 was er sprake van de bouw van een dorp. De strategische ligging van Vlissingen wekte vooral de belangstelling van de 'landsheren'. Floris de Vijfde kocht Vlissingen in 1294 en het was zijn opvolger Willem III die in 1315 stadsrechten verleende. Vlissingen genoot toen en in de eeuwen erna bekendheid als centrum van de (haring)visserij, handel en scheepvaart, kaapvaart en slavenhandel (!).
In de 18e eeuw volgde een inzinking. Vooral de Napoleontische oorlogen hadden een rampzalige uitwerking. Na 1870 begon een periode van opleving, vooral als gevolg van de aanleg van nieuwe havens, het Kanaal door Walcheren en de spoorlijn en de vestiging van de scheepswerf 'De Schelde'.
De tweede wereldoorlog onderbrak de groei. Opnieuw ondervond Vlissingen de nadelen van haar strategische ligging. De stad werd zwaar beschadigd door bombardementen, beschietingen en inundatie (onder water zetten door bombarderen van de zeedijk). Met grote energie werd na de oorlog de wederopbouw van de stad aangepakt.
In de jaren '60 werd het zeehaven- en industriegebied Vlissingen-Oost ontwikkeld. Dit gebied is thans de economische motor van midden-Zeeland met vele duizenden arbeidsplaatsen.
Sinds 1 juli 1966 maken de vroegere gemeenten Oost- en West-Souburg en Ritthem deel uit van Vlissingen. In de jaren '60, '70 en '80 breidde Vlissingen verder uit in noordelijke richting.
n de jaren '90 werden het centrum en de boulevards van Vlissingen geheel vernieuwd. Er kwamen toeristische attracties, vele nieuwe woningen, een overdekt winkelcentrum en overkapte winkelstraten.
Vlissingen is nu een stad met 45.000 inwoners waar het goed wonen, werken en recreëren is.
Oorsprong van de naam
Volgens de legende zou Willibrord in de 7e eeuw hier aan land gekomen zijn om het evangelie te verkondigen. Hij trof er een aantal bedelaars aan met wie hij de inhoud van de fles deelde die hij bij zich droeg. Een wonder geschiedde, want de inhoud van de fles bleek niet te zijn afgenomen. Willibrord vertrok 'met achterlating van zijn fles' toen hij constateerde dat de bewoners niet naar zijn woorden wilden luisteren. Daarna zou hij de plaats 'Flessinghe' hebben genoemd.
Tot 1809, toen het stadhuis aan de Grote Markt door het bombardement van de Engelsen in vlammen opging, is de fles die aan Willibrord werd toegedicht daar bewaard geweest. De zilveren deksel van de lederen fles kon uit de vlammenzee worden gered. In 1881 verkocht de gemeente deze deksel met nog een aantal zilveren voorwerpen, vanwege geldgebrek aan het Rijksmuseum. Het stedelijk Museum Vlissingen heeft inmiddels de deksel van de Willibrordfles, nu in bruikleen van de Rijksdienst beeldende Kunst, weer in de collectie opgenomen.
